Kanaal Zuid-Willemsvaart
De Zuid-Willemsvaart is vernoemd naar koning Willem I, één van de voortrekkers van het project. Een uitbreiding van de belangrijkste vervoerswegen, indertijd de waterwegen, moest de ontsluiting van het Zuiden en de handel in het Noorden bevorderen. De “Willemsvaart” ging om bijvoorbeeld een korter en vooral betrouwbaarder alternatief voor de Maas te vormen. De Maas was tot dan de belangrijkste verbinding tussen de industrie rondom Luik en de grote handelsplaatsen.
Al sinds 1573 waren diverse kanalisaties van deze rivieren voorgesteld. Om meerdere redenen werd dit traject van de Zuid-Willemsvaart gekozen: de stad Weert had nog geen aansluiting op het waterwegennet, de onteigeningen langs de Dommel waren duurder dan die langs de Aa en de Peel zou gemakkelijker turf kunnen afvoeren.
Het eerste concrete traject werd in 1785 voorgesteld door Hendrik Verhees. Het Bataafse Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte had een prijsvraag uitgeschreven. De kennis die Hendrik Verhees opgedaan had bij het ontwikkelen van de Nieuwe Meierijsche kaart kon hij hierbij goed gebruiken. De prijs werd gewonnen, ook omdat hij de enige inzender was. Zijn voorstel is niet verder gekomen dan de tekentafel.
In 1818 verscheen het Koninklijk besluit tot de aanleg van de Zuid-Willemsvaart en eind 1822 werd gestart met de eerste werkzaamheden. Het laagste gedeelte werd op 31 mei 1825 geopend, de hogere gedeeltes op 24 augustus 1826.
