Langs de Brabantse AA wit

Helmondse watermolen

De molen die in 1314 werd vermeld, lag aan wat nu De Wiel heet. Later, maar al vóór 1410, is hij stroomafwaarts verplaatst, nog altijd vlakbij het kasteel van Helmond. Deze molen mocht het gehele jaar malen, in tegenstelling tot de meeste andere molens op de Aa. Tot aan de afschaffing van de heerlijke rechten in 1798 was het een banmolen: ingezetenen van de stad en de heerlijkheid waren verplicht hier hun graan te laten malen.

Uit een vermelding in 1816 weten we, dat de watermolen toen ook werd gebruikt voor het malen van mout en als pelmolen. De molenaar had op dat moment één knecht in dienst.

Om voldoende waterkracht te verkrijgen, moest het water voor de molen worden opgestuwd. Dit leverde vaak klachten op over overstromingen stroomopwaarts van de molen. Overheidsmaatregelen, zoals het vaststellen van het maximale waterpeil in 1545, lapten de molenaars echter vaak aan hun laars.

Toen kasteelheer Carel Frederik Wesselman de molen omstreeks 1850 verkocht, werd bepaald dat de molenaar de molensluis moest openen wanneer de Kasteelse Tuinen drassig werden of onder water zouden raken.

Toen er plannen werden gemaakt om de Aa bij Helmond om te leggen ter verbetering van de waterbeheersing, verdedigde W.R.C. Nelis zijn stuwrechten.
Rond 1942 kocht de gemeente Helmond de molen en het molen- en stuwrecht aan voor 25.000 gulden, waarschijnlijk met de bedoeling de molen te slopen.
De waterwerken bestaan inmiddels niet meer. Het gebouw is in de jaren ’30 in gebruik genomen als chemisch fabriekje.

Bezoekadres

51°28'53.3"N 5°39'16.5"E