Langs de Brabantse AA wit

Griendcultuur langs de Aa

Langs de rivier de Aa bestond vroeger een belangrijke griendcultuur. In deze vochtige beekdalgronden werden wilgen (griendhout) gekweekt, die men om de paar jaar kapte voor:

  • vlechtwerk (manden, korven, fuiken)
  • beschoeiing en oeververdediging
  • waterbouwkundige toepassingen (zinkstukken en matten)

Bij Kasteel Heeswijk lagen ook griendpercelen, gebruikt door het kasteel en lokale boeren. In archieven vanaf de 17e eeuw worden deze grienden vermeld als bron van inkomsten en materialen voor het kasteelbeheer, zoals beschoeiingen en dagelijks gebruik. Ook tussen Veghel en Keldonk vind je restanten van grienden in beekdal- en broekboscomplexen. Tegen de Peelrand werden vooral elzen- en wilgenbroekbossen aangetroffen. De teelt daar was wel minder intensief.

Na 1950 verdween de griendcultuur grotendeels door industrialisatie en kunststoffen. Tegenwoordig herinneren knotwilgenrijen en natte broekbosrestanten langs de Aa bij Heeswijk-Dinther nog aan deze cultuurhistorische traditie.

Griendcultuur langs de Aa

Bezoekadres